Op een gewone woensdag kan om zes uur het eten klaarstaan terwijl je lichaam nog nergens om heeft gevraagd.
Een uur later kan er wel trek zijn.
Na het eten kan je maag vol voelen en toch ineens iets zoets lekker klinken.
Je lichaam beweegt op een dag door verschillende momenten heen.
Honger, trek en verzadiging wisselen elkaar af.
Onderzoek naar honger en voedselprikkels laat zien waarom dat interessant is.
Bij het zien van calorierijk eten zijn verschillen gevonden tussen lichamen met en zonder overgewicht. Sommige gebieden die betrokken zijn bij beloning en aandacht kunnen bij overgewicht sterker reageren.
Tot zover klinkt het alsof een lichaam met overgewicht heel anders werkt.
Wanneer meerdere onderzoeken naast elkaar worden gelegd, wordt dat verschil een stuk kleiner.
Voor een groot deel worden dezelfde hersengebieden actief. Het verschil zit vaker in hoe sterk een gebied reageert dan in een compleet andere werking van het brein.
Dat vind ik belangrijk.
Een lichaam met overgewicht heeft geen ander besturingssysteem gekregen.
Honger werkt er.
Verzadiging werkt er.
Beloning werkt er.
Het lichaam blijft reageren op eten zoals een menselijk lichaam dat doet.
En dat maakt een slank lichaam ineens een stuk minder mysterieus.
De vriendin die slank is en na een paar happen genoeg heeft, heeft geen bijzonder mechanisme gekregen dat bij jou ontbreekt.
Haar lichaam kent honger, trek, beloning en verzadiging.
Jouw lichaam ook.
Het fundament blijft herkenbaar.
Een lichaam met overgewicht is de werking van een slank lichaam niet kwijtgeraakt.
Voor vandaag hoeft daar nog geen nieuw voedingsplan uit te komen.
Er kan simpelweg iets gaan opvallen.
Heb ik honger?
Heb ik trek?
Voel ik eigenlijk al genoeg?
Drie verschillende ervaringen.
In hetzelfde lichaam.
Een slank lichaam is geen bijzonder lichaam.
Het is een werking die steeds beter herkenbaar kan worden in het lichaam dat er al is.
