Tijd wordt gevoeld, zonder dat er een zintuig voor bestaat.

Ze wordt niet gehoord, niet gezien.

Tegelijkertijd kan naar dat diner worden uitgekeken. En aan tafel kan het alweer voelen als tijd om naar huis te gaan.

Ondertussen geeft het lichaam signalen. Eerst trek, later verzadiging, spanning of genot.

Tijd wordt beleefd vanuit het lichaam.

Dat maakt iets mogelijk: ook de tijd die vanuit dat lichaam wordt beleefd, kan worden meegenomen in hoe we naar gezondheid kijken.

Maar waar haalt het brein dat gevoel voor tijd vandaan?

Onderzoekers proberen dat al lang te begrijpen.

Er lijkt geen centrale klok in het brein te bestaan die alle tijd bijhoudt. Verschillende netwerken zijn betrokken bij de verwerking van tijd. 

Daarin komt een gebied, de insula, opvallend naar voren.

Dit breingebied speelt ook een belangrijke rol in het verwerken van signalen die vanuit het lichaam opkomen, zoals trek, verzadiging en hartslag.

In verschillende onderzoeken naar tijd behoort de insula tot de gebieden die steeds terugkomen.

Onderzoekers plaatsen dit binnen een belichaamde visie op tijd: hoe tijd wordt ervaren, lijkt mede verbonden met wat het lichaam van binnenuit opmerkt.

Daar komen lichaam en tijd dicht bij elkaar.

Terwijl van het diner wordt genoten, verwerkt het brein informatie uit het lichaam waarin die avond wordt beleefd.

Als tijd vanuit het lichaam wordt beleefd, kan ook die beleefde tijd worden meegenomen in hoe we naar gezondheid kijken.

Gezondheid herkennen we vaak in wat het lichaam kan en in wat meetbaar is.

Wat wordt zichtbaar wanneer ook de tijd die vanuit het lichaam wordt beleefd, wordt meegenomen?

Reflections of a doctor kijkt naar tijd zoals een arts naar het lichaam kijkt.

Daar kan beleefde tijd een vorm van gezondheid worden.

De waarde van tijd wordt voelbaar wanneer zij wordt beleefd.

Vandaag beleven is een gezondheidssignaal.